Nieuws
- 01-08-2010 | Decreet betreffende de ‘milieuvergunningenpiek’
- 05-10-2010 | Derde call ecologiepremie van 2010 is gelanceerd!
- 30-09-2010 | Aanpassing milieuvergunning als gevolg van nieu...
- 15-04-2010 | Uitbreiding kandidaatlijst SVHC met acrylamide
- 01-03-2010 | Presentatie The Sniffers (Workshop Lucht 25/02/...
- 25-01-2010 | Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van...
- 25-01-2010 | Eerste call ecologiepremie van 2010 is gelanceerd!
- 20-01-2010 | REACH: uitbreiding kandidaatlijst van zeer zorg...
- 05-01-2010 | Administratie milieu & preventie
Aanpassing milieuvergunning als gevolg van nieuwe milieukwaliteitsnormen oppervlaktewater | 30 september 2010
De nieuwe milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewateren, waterbodems en grondwater, vastgelegd door de Vlaamse Regering sinds 21 mei 2010 werden gepubliceerd op 9 juli 2010 in het Belgisch Staatsblad. De gewijzigde bepalingen in VLAREM I en II naar aanleiding van deze nieuwe milieukwaliteitsnormen treden in werking 10 dagen nadat de eerste stroomgebiedbeheersplannen voor de Schelde en de Maas, gepubliceerd worden.
Doelstelling Kaderrichtlijn Water
In het kader van Europese Kaderrichtlijn Water 2000/60/EG omgezet in Vlaanderen in het Decreet Integraal Waterbeleid (DIW) moet tegen 22 december 2015 een goede ecologische en chemische toestand van het oppervlaktewater worden bereikt. Hiervoor moeten beheerplannen opgesteld worden per stroomgebied. Deze doelstellingen worden vertaald in milieukwaliteitsnormen (MKN) die samen met de stroomgebiedbeheersplannen (tegen 22 december 2009) vastgelegd moeten worden. Met het nieuw besluit worden milieukwaliteitsnormen opgelegd voor de verschillende types oppervlaktewaterlichamen, bepaald in de stroomgebied- en bekkenbeheersplannen.
Naast de maatregelen voor het beschermen van oppervlaktewateren, heeft het Vlaams Decreet Integraal Waterbeleid ook bepalingen opgenomen in het kader van grondwater (omzetting van de Europese Richtlijn 2006/118/EG betreffende de bescherming van het grondwater) en waterbodems (i.k.v. het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming) die tevens door middel van milieukwaliteitsnormen uitgevoerd moeten worden.
Het wijzigingsbesluit zorgt voor volgende aanpassingen in de VLAREM:
- voor oppervlaktewater: wijziging bijlage 2.3.1 van VLAREM II
- voor waterbodems: nieuwe bijlage 2.3.1bis van VLAREM II
- voor grondwater: wijziging bijlage 2.4.1 van VLAREM II
In het kader van mogelijke implicaties voor de milieuvergunning wordt hier enkel verder ingegaan op de milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater.
Milieukwaliteitsnormen oppervlaktewater
Op vandaag worden de normen in VLAREM II in het kader van lozen op oppervlaktewater ingedeeld volgens:
- basiskwaliteitsnormen oppervlaktewater (bijlage 2.3.1)
- MKN oppervlaktewater bestemd voor drinkwaterproductie (bijlage 2.3.2)
- MKN oppervlaktewater bestemd voor viswater (bijlage 2.3.3)
- MKN oppervlaktewater bestemd voor schelpdieren (bijlage 2.3.4)
Voor de lozing op oppervlaktewateren zullen er voortaan twee grote groepen milieukwaliteitsnormen (MKN) zijn. Een eerste groep zijn de typespecifieke normen voor de biologische en algemeen fysisch-chemische parameters (COD, BOD, pH,temperatuur, totaal N, ed.). Een tweede groep zijn de niet-typespecifieke normen voor gevaarlijke stoffen.
Typespecifieke normen
Typespecifieke MKN voor de biologische en algemeen fysisch-chemische parameters (COD, BOD, pH, temperatuur, totaal N, ed.) zijn normen die volgens type oppervlaktewaterlichaam vastgelegd zijn. De oppervlaktewaterlichamen zijn in te delen in drie categorieën nl. rivieren, meren en overgangswateren. Binnen elk van deze categorieën maakt men nog een indeling in verscheidene types. Zo krijgt men 25 types oppervlaktewaterlichamen (vb. kleine beek, grote rivier, ed.) elk met zijn typespecifieke MKN voor de biologische en algemeen fysisch-chemische parameters.
Normen gevaarlijke stoffen
Naast de typespecifieke normen voor de biologische en algemeen fysisch-chemische parameters worden ook niet-type specifieke milieukwaliteitsnormen opgelegd voor de gevaarlijke stoffen. Niet-typespecifiek wil zeggen dat geen onderscheid in types oppervlaktewaterlichamen gemaakt wordt. Er wordt wel gewerkt met tabellen voor enerzijds rivieren en meren en anderzijds voor overgangswateren.
Nieuw is ook dat er voor elke gevaarlijke stof een kolom met ‘indelingscriterium GS’ opgenomen is. Daarin staat de concentratie vanaf wanneer het afvalwater beschouwd moet worden als ‘bedrijfsafvalwater met gevaarlijke stoffen’.
Waar op vandaag gekeken moet worden wanneer de geloosde concentratie gevaarlijke stof hoger is dan de basismilieukwaliteitsnorm voor oppervlaktewater (bijlage 2.3.1) zal er voortaan gekeken moeten worden naar een overschrijding van het indelingscriterium GS. Indien er sprake is van overschrijding moeten lozingsnormen aangevraagd worden, waarvoor dan weer rekening gehouden wordt met de bestaande milieukwaliteitsnormen. Bedrijven die echter lozingsnormen in hun milieuvergunning opgelegd hebben, moeten geen nieuwe normen aanvragen op basis van deze nieuwe indelingscriteria GS voor zolang de milieuvergunning geldig is, en hun lozing aan die normen voldoen
De exploitant die zijn vergunning moet aanpassen als gevolg van dit nieuw indelingscriterium krijgt zes maanden om een aanvraag tot lozingsvoorwaarden in te dienen. Die termijn start vanaf de inwerkingtreding van dit besluit. Tot er een beslissing is, mag de exploitant de stoffen lozen waarvoor geen emissiegrenswaarde is vastgesteld in de lopende vergunning(en). Dit enkel voor zover voor deze stoffen hogere MKN gelden dan het nieuwe indelingscriterium GS en de stof onder de MKN blijft.
Nog niet van kracht
De definitieve vastlegging van ligging, grenzen, aanduiding van categorie en type oppervlaktewaterlichamen gelinkt aan de typespecifieke MKN, gebeurt in de stroomgebiedbeheersplannen en bekkenbeheersplannen. Deze plannen moeten echter op vandaag nog vastgelegd worden bij besluit. Zodra het besluit in kader van de stroomgebiedbeheersplannen voor de stoomgebieden van de Schelde en de Maas gepubliceerd wordt en daardoor de types oppervlaktewaterlichamen toegewezen kunnen worden, gaat dit besluit betreffende de nieuwe milieukwaliteitsnormen 10 dagen daarna van kracht. Dat betekent ook dat vanaf dan de periode van 6 maand ingaat om een aanpassing in de milieuvergunning in kader van lozingsnormen aan te vragen.
Besluit
Met de nieuwe milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater op til, doet het bedrijf er goed aan nu al eens een aftoetsing te doen met de nieuwe indelingscriteria voor gevaarlijke stoffen. Wanneer er overschrijding is van deze indelingscriteria, is het aan de exploitant om zich in orde te stellen en dit binnen de zes maand vanaf de inwerkingtreding van dit besluit. Daar dit besluit pas in werking zal treden 10 dagen na publicatie van de stroomgebiedbeheersplannen en bekkenbeheersplannen, kan men strikt genomen pas vanaf dan een aanpassing van de milieuvergunning doen. In de praktijk wordt op vandaag bij een aanvraag van lozingsnormen in het kader van een nieuw project, reeds rekening gehouden met deze nieuwe milieukwaliteitsnormen ondanks dat ze nog niet van kracht zijn.
Een aftoetsing van de typespecifieke milieukwaliteitsnormen voor de biologische en fysisch-chemische parameters kan pas zodra het bedrijf kennis heeft in welk type oppervlaktewaterlichaam hij loost, vastgelegd in het nog niet bepaalde besluit in kader van de stroomgebiedbeheersplannen en bekkenbeheersplannen. Wachten is dus de boodschap.
