Nieuws

Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010 - Milieuheffingen water  |  25 januari 2010

 

Naar jaarlijkse goede gewoonte ontvangt u van ons in de loop van januari een milieumailing over de milieuheffingen. Traditiegetrouw verscheen ook dit jaar tussen Kerst en Oudejaar (Belgisch Staatsblad van 30 december 2009, pp. 82412 e.v.) het "Decreet dd. 18 december 2009 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010". Dit decreet regelt ondermeer de bepalingen voor het begrotingsjaar 2010 voor de milieuheffingen op water en afvalstoffen.

Hierna volgt een overzicht en bondige bespreking van de belangrijkste elementen uit het nieuwe begrotingsdecreet.

Afvalstoffen

1. In het afvalstoffendecreet worden vooral aanpassingen doorgevoerd betreffende de heffing van shredderafval afkomstig van schrootverwerking van gedepollueerde wrakken en van elektronisch en elektrisch schrootafval. De K-factor stijgt naar 0,4 voor de heffingsjaren 2010 en wordt 0,7 en 1 voor de heffingsjaren 2012 en 2013. De K-factor blijft echter onveranderd tot en met 2015 voor het storten van residu van shredderafval dat in een post-shredder-installatie is verwerkt voor de hoeveelheid die overeenkomt met het viervoud van de hoeveelheid materialen, waarvan maximaal 3% metalen, die teruggewonnen werd en die voor nuttige toepassingen werd afgevoerd. Voor de volgende jaren daalt deze hoeveelheid tot 2,5, 1,5, 1 en 0,5 van deze hoeveelheid. Het bedrijf moet aan de OVAM een rapport overmaken om dit alles aan te tonen.
De K-factor voor recyclageresidu’s van kunststofafval van bedrijven die kunststofafval gebruiken als grondstof is 0.15 voor heffingsjaar 2010 en stijgt naar 0,3, 0,6 en 1 voor de volgende heffingsjaren. Ook voor brandbare recyclageresidu’s van papier- en kartonafval van bedrijven die papier- en kartonafval gebruiken als grondstof blijft de K-factor 0,03 voor heffingsjaar 2010. Hiermee geeft de overheid duidelijk aan dat de inzet van afvalstoffen als grondstof de voorkeur geniet.

Afvalwaterheffing

2. Het basiseenheidstarief voor zowel de oppervlaktewaterlozers als de rioollozers is ongewijzigd gebleven en is respectievelijk 22,3 €/VE en 29,1 €/VE. Er is enkel een (NEGATIEVE!) indexering toegepast op de eenheidstarieven.

heffingsjaar
basiseenheidstarief (EUR) voor oppervlaktewaterlozers
eenheidstarief (EUR) voor oppervlaktewaterlozers
basiseenheidstarief (EUR) voor rioollozers
eenheidstarief (EUR) voor rioollozers
2006
22,3
28,61
22,6
29,00
2007
22,3
29,04
25,7
33,46
2008
22,3
29,89
29,1
39,01
2009
22,3
30,83
29,1
40,23
2010
22,3
30,79
29,1
40,18

3. Naast de indexering van de eenheidstarieven wordt er terug een korting toegestaan voor de sector 57 (ziekenhuizen, rust- en verzorgingstehuizen, kinderdagverblijven en onderwijsinstellingen ). Het bedrag van de heffing wordt vermenigvuldigd met een factor 0,686. Dit is dezelfde factor als voor het heffingsjaar 2009.
De korting op de heffing voor de sectoren 45 en 51 (textielbedrijven (spinnerij, weverij, textielveredeling, wolwasserij) en wasserijen, uitgezonderd wassalons (natwasserijen, chemische wasserijen en droogkuis)) wordt aangehouden met 15%.

4. Voor de bepaling van het deel gecapteerd oppervlaktewater in het geloosde jaardebiet wordt de formule die aanvankelijk enkel gebruikt werd voor captaties uit onbevaarbare waterlopen en captaties van minder dan 500 m³ nu toegepast voor alle captaties die niet voorzien zijn van een debietsmeting. Indien dit volume hoger is dan 500 m³ wordt het niet meer tot dit getal teruggebracht. Deze aanpassing geldt zowel voor de berekening op basis van de uitgebreide methode als die op basis van coëfficiënten.

5. De heffingsberekening voor onvergunde lozingen wordt aangepast in die zin dat van de mogelijke berekeningsmethoden de hoogste vuilvracht in rekening wordt gebracht. Wanneer de nodige registers niet (correct) worden bijgehouden kan de VMM ambtshalve overgaan tot een heffing.

6. Heffingen worden vastgesteld vóór 31 december van het jaar volgend op het heffingsjaar. Deze termijn wordt verlengd tot 5 jaar na aanvang van het heffingsjaar voor aangiftes die niet tijdig werden ingediend. Ook wanneer bij proces-verbaal niet-vergunde lozingen worden vastgesteld kunnen voor alle jaren waarin de onregelmatigheden zich voordeden heffingen worden vastgesteld tot 6 maand na het proces-verbaal.

Intermezzo:
De bovengemeentelijke saneringsbijdrage (zuiveringsbijdrage voor de lozing van het geleverde drinkwater door Aquafin te innen) zal logischerwijze de daling van het heffingstarief volgen. Dit betekent dat het bedrag dat u fiscaal kan aftrekken licht zal dalen in vergelijking met vorig jaar. Idem voor de bovengemeentelijke saneringsvergoeding (zuiveringsvergoeding voor de lozing van het water van de eigen winning, via het contract met Aquafin, eveneens een fiscaal aftrekbare kost, die de heffing vervangt).

Overzicht van de bovengemeentelijke saneringsbijdrage per lozingsjaar.

Lozingsjaar
Bovengemeentelijke saneringsbijdrage
2005
0,6605 eur/m³
2006
0,6798 eur/m³
2007
0,7580 eur/m³
2008
0,8465 eur/m³
2009
0,8730 eur/m³
2010
0,8720 euro/m³

Daarnaast heeft u ook nog de gemeentelijke saneringsbijdrage (op drinkwater) en de gemeentelijke saneringsvergoeding (op het eigen gewonnen water), in de volksmond het “rioolrecht” genoemd.

Vanaf 1 januari 2008 bestaan er voor zowel de gezinnen als de grootverbruikers op gemeentelijk vlak twee eenheidstarieven voor de bijdrage/vergoeding, m.n. het collectieve en het individuele eenheidstarief. Beide tarieven zijn begrensd ten opzichte van het bovengemeentelijke tarief. Het tarief wordt per verbruiksjaar toegepast. Het tarief van de bijdrage voor de collectieve sanering op gemeentelijk vlak mag t.o.v. het tarief van de bijdrage voor de sanering op bovengemeentelijk vlak maximaal 1,4 keer hoger zijn. Het tarief van de bijdrage voor de individuele sanering op gemeentelijk vlak mag t.o.v. het tarief van de bijdrage voor de sanering op bovengemeentelijk vlak maximaal 2,4 keer hoger zijn. Indien het waterverbruik over verschillende jaren loopt, wordt er rekening gehouden met de verschillende tarieven per jaar.

Het maximale gemeentelijk tarief kan berekend worden op basis van het boven-gemeentelijke gezinstarief of het bovengemeentelijke tarief voor bedrijven.

A) Overzicht tarief op basis van het bovengemeentelijk gezinstarief:

Gemeentelijke eenheidstarieven
Jaar
Tarief
bovengemeentelijke
bijdrage/vergoeding
(€/m³ excl BTW)
Begrenzing tov
bovengemeentelijk tarief
 
Maximum tarief
gemeentelijke
bijdrage/vergoeding
2007
0,7580
1,4 
1,0612
Jaar
Tarief
bovengemeentelijke
bijdrage/vergoeding
(€/m³ excl BTW)
 
Collectief
gemeentelijk tarief
bijdrage/vergoeding
Individueel
gemeentelijk tarief
bijdrage/vergoeding
Begrenzing tov
bovengemeentelijk tarief
Maximum tarief
(€/m³ excl BTW)
Begrenzing tov
bovengemeentelijk tarief
Maximum tarief
(€/m³ excl BTW)
2008
0,8465
1,4
1,1851
2,4
2,0316
2009
0,8730
1,4
1,2222
2,4
2,0952
2010
0,8720
1,4
1,2208
2,4
2,0928

B) Overzicht tarief op basis van het bovengemeentelijke tarief voor bedrijven:

Gemeentelijke eenheidstarieven
Jaar
Tarief
bovengemeentelijke
bijdrage/vergoeding
(€/m³ excl BTW)
 
Collectief
gemeentelijk tarief
bijdrage/vergoeding
Individueel
gemeentelijk tarief
bijdrage/vergoeding
Begrenzing tov
bovengemeentelijk tarief
Maximum tarief
(€/m³ excl BTW)
Begrenzing tov
bovengemeentelijk tarief
Maximum tarief
(€/m³ excl BTW)
2009
1,00575
1,4
1,40805
2,4
2,4138
2010
1,0045
1,4
1,4063
2,4
2,4108

Opmerking
Echter ook voor bedrijven wordt in bepaalde gemeenten het bovengemeentelijk tarief geplafonneerd tot dit voor de gezinnen. Dit is afhankelijk van de drinkwatermaatschappij en dient geval per geval bekeken te worden. Indien u meer informatie wenst, kan u hiervoor contact met ons opnemen.

Grondwaterheffing

7. Voor de vaststelling van de grondwaterheffing moeten vanaf 1 januari 2010 ook niet heffingsplichtige vergunde of gemelde grondwaterwinningen voorzien worden van een debietsmeter voor het vaststellen van de opgenomen hoeveelheid grondwater. Voor de grondwaterheffing kan net zoals bij de VMM-aangifte een verhoging doorgevoerd worden maar deze maatregel kan nu ook doorgevoerd worden voor niet-tijdige aangiftes.

8. Alle laagfactoren blijven voorlopig gelijk aan 1. De gebiedsfactoren blijven echter niet ongewijzigd. Hiernaast vindt u een link naar een overzicht van de laag- en gebiedsfactoren. Uit het overzicht blijkt dat er vanaf heffingsjaar 2010 tot heffingsjaar 2017 een jaarlijkse lineaire verhoging van de gebiedsfactor zal worden doorgevoerd. De verhoging is hoofdzakelijk afhankelijk van de mate waarin de waterlaag overgeëxploiteerd werd of wordt. Hiermee wil de overheid de bedrijven aanzetten waterbesparende maatregelen door te voeren. In de formules voor de bepaling van de grondwaterheffing is er verder nog de jaarlijkse aanpassing van de index. Voor heffingsjaar 2010 wordt de index bepaald op 1,1701, terwijl die voor heffingsjaar 2009 1,1670 bedroeg.

De tabel met de gebiedsfactoren is steeds bij ARION CONSULT te verkrijgen en is ook consulteerbaar op de website van de VMM.

Aarzel niet om ons te contacteren indien u verdere toelichtingen wenst!

Terug naar boven