Nieuws
- 12-12-2011 | Aanstelling externe milieucoördinator – wijzigi...
- 12-10-2011 | REACH-Registratiedeadline 2013: campagne ECHA
- 08-07-2011 | Ondersteuning van maatschappelijk verantwoorde ...
- 29-06-2011 | Materialendecreet
- 29-06-2011 | Aanpassing milieuvergunning in het kader van de...
- 27-04-2011 | Wijzigingen ecologiepremie tot ’’Ecologiepremie...
- 07-03-2011 | Debietmeters
- 13-01-2011 | Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van...
- 04-01-2011 | Administratieve boetes mogelijk bij verkeerde r...
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2011 | 13 januari 2011
Traditiegetrouw verscheen dit jaar tussen Kerst en Oudejaar (Belgisch Staatsblad van 31 december 2010) het "Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2011". Dit decreet regelt ondermeer de bepalingen voor het begrotingsjaar 2011 voor de milieuheffingen op water en afvalstoffen.
Hierna volgt een overzicht en bondige bespreking van de belangrijkste elementen uit het nieuwe begrotingsdecreet.
Afvalwaterheffing
1. Het basiseenheidstarief voor zowel de oppervlaktewaterlozers als de rioollozers is ongewijzigd gebleven en is respectievelijk 22,3 €/VE en 29,1 €/VE. Er is enkel een indexering toegepast op de eenheidstarieven.
heffingsjaar | basiseenheidstarief (EUR) voor oppervlaktewaterlozers | eenheidstarief (EUR) voor oppervlaktewaterlozers | basiseenheidstarief (EUR) voor rioollozers | eenheidstarief (EUR) voor rioollozers |
2006 | 22,3 | 28,61 | 22,6 | 29,00 |
2007 | 22,3 | 29,04 | 25,7 | 33,46 |
2008 | 22,3 | 29,89 | 29,1 | 39,01 |
2009 | 22,3 | 30,83 | 29,1 | 40,23 |
2010 | 22,3 | 30,79 | 29,1 | 40,18 |
2011 | 22,3 | 31,67 | 29,1 | 41,33 |
2. Naast de indexering van de eenheidstarieven wordt er nog steeds een korting toegestaan voor de sector 57 (ziekenhuizen, rust- en verzorgingstehuizen, kinderdagverblijven en onderwijsinstellingen) en voor de sectoren 45 en 51 (textielbedrijven (spinnerij, weverij, textielveredeling, wolwasserij) en wasserijen, uitgezonderd wassalons (natwasserijen, chemische wasserijen en droogkuis)).
Het bedrag van de heffing (deel bedrijfsafvalwater) wordt vermenigvuldigd met een factor 0,686 voor de sector 57 en vermenigvuldigd met 0,850 voor de sectoren 45 en 51. Dit zijn dezelfde factoren als voor het heffingsjaar 2010.
3. De nieuwe debietmeetsystemen (van nà 31/12/2003) moeten bij indienstname worden verzegeld door de leverancier, de installateur of een erkend deskundige in de discipline grondwater of oppervlaktewater indien je als heffingsplichtige hiervan gebruik wil maken voor de bepaling van het jaardebiet (Qj). Deze verplichting geldt niet voor de meetsystemen waarmee het geloosde debiet wordt gemeten. De oude debietmeetsystemen (van vòòr 2004) moeten door de VMM verzegeld worden.
4. Indien de opgenomen / geloosde hoeveelheden water via debietmeting niet gekend zijn voor een volledig jaar, dan wordt een som gemaakt van de periode waar wel meterstanden van gekend zijn + een berekende hoeveelheid. Deze berekeningen zijn afhankelijk van het soort water (vb. op basis van de vergunde hoeveelheid in geval van vergunde grondwaterwinning / oppervlaktewaterwinning, op basis van standaard 800 l/m² oppervlakte per jaar in geval van hemelwater, op basis van pompcapaciteit bij niet-vergunde grondwaterwinning / oppervlaktewaterwinning,…). Gezien de vergunde hoeveelheden vaak hoger liggen dan de verbruikte / geloosde hoeveelheden (marges voor piekmomenten), heeft u er alle belang bij om de meterstanden te gebruiken bij de aangifte. Een regelmatige controle van de meterstanden kan ervoor zorgen dat u een defect sneller opmerkt en zo kan voorkomen dat een forfaitaire hoeveelheid bepaald wordt voor de periode waarin de meter niet werkte (monitoring van het waterverbruik is sowieso een interessante oefening, maar nu heeft het nog een extra voordeel).
5. Wanneer de Vlaamse Milieumaatschappij een bericht van rechtzetting opstuurt, heeft de heffingsplichtige één maand de tijd om schriftelijke opmerkingen te formuleren. Die termijn gaat vanaf 01/01/2011 in vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van het bericht van rechtzetting (voorheen was dit vanaf de verzending van het bericht). Ook voor het geven van opmerkingen tegen een bericht van ambtshalve aanslag en voor het indienen van een bezwaar tegen een gevestigde heffing gaat de termijn in vanaf de derde werkdag na de verzending van het bericht.
6. De heffingsberekening voor onvergunde lozingen blijft gelijk in die zin dat de heffing standaard berekend wordt op basis van omzettingscoëfficiënten. Er wordt ook nog steeds gebruik gemaakt van het duurste eenheidstarief (41,49 euro voor 2011), ongeacht de reële lozingsplaats. Er is echter wel een wijziging i.v.m. de meet- en bemonsteringsresultaten van de meetcampagne. De campagneresultaten kunnen nu toch gebruikt worden als deze een hogere heffing tot gevolg hebben dan deze op basis van de omzettingscoëfficiënten.
7. Vanaf 1 januari 2011 is geen heffing meer verschuldigd op het lozen van grondwater dat onttrokken wordt bij bronbemalingen die technisch noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of voor de aanleg van openbare nutsvoorzieningen. De vrijstelling van heffing geldt echter niet voor wie grote hoeveelheden bemalingswater in de riolen loost (langer dan 6 maanden of > 10m³). Hierop bestaat een uitzondering voor gezinswoningen met een kelderverdieping van max. 150 m²).
8. Voor bronbemalingen, zoals hierboven vermeld, die geen vrijstelling krijgen van de heffing, geldt er wel een aangepast, verlaagd tarief.
Intermezzo:
Het Programmadecreet van 24 december 2004 zorgde ervoor dat de berekende heffing op basis van de forfaitaire of uitgebreide berekening verminderd wordt met:
- de vergoeding voor de bovengemeentelijke sanering, exclusief BTW, aangerekend door Aquafin NV (“contract met Aquafin”);
- de bovengemeentelijke saneringsbijdrage, exclusief BTW, aangerekend door de openbare waterdistributiemaatschappij.
Wat is de bovengemeentelijke saneringsbijdrage?
Voor het gebruik van de bovengemeentelijke zuiveringsinfrastructuur sloten alle drinkwatermaatschappijen een contract af met de NV Aquafin. Die staat in voor de uitbouw en de exploitatie van de bovengemeentelijke waterzuiveringsinfrastructuur. De NV Aquafin factureert haar kosten aan de drinkwatermaatschappijen. Die rekenen ze op hun beurt door aan hun abonnees als een 'bovengemeentelijke saneringsbijdrage'. De bijdrage moet dus de bovengemeentelijke saneringsverplichting financieren.
Voor meer info hierover kunt u terecht bij ARION CONSULT of op de website van de VMM.
Grondwaterheffing
1. Voor de vaststelling van de grondwaterheffing moesten reeds vanaf 1 januari 2010 ook niet heffingsplichtige vergunde of gemelde grondwaterwinningen voorzien worden van een debietsmeter voor het vaststellen van de opgenomen hoeveelheid grondwater. Dit blijft onveranderd. De nieuwe debietmeetsystemen (van nà 31/12/2003) moeten bij indienstname worden verzegeld door de leverancier, de installateur of een erkend deskundige in de discipline grondwater of oppervlaktewater. De oude debietmeetsystemen (van vòòr 2004) moeten door de VMM verzegeld worden.
2. Alle laagfactoren blijven gelijk aan 1. De gebiedsfactoren blijven echter niet ongewijzigd. Uit het overzicht van de gebiedsfactoren blijkt dat er vanaf heffingsjaar 2010 tot heffingsjaar 2017 een jaarlijkse lineaire verhoging van de gebiedsfactor zal worden doorgevoerd. De verhoging is hoofdzakelijk afhankelijk van de mate waarin de waterlaag overgeëxploiteerd werd of wordt. Hiermee wil de overheid de bedrijven aanzetten waterbesparende maatregelen door te voeren.
De tabel met de gebiedsfactoren is steeds bij ARION CONSULT te verkrijgen en is ook consulteerbaar op de website van de VMM.
3. In de formules voor de bepaling van de grondwaterheffing is er verder nog de jaarlijkse aanpassing van de index. Voor heffingsjaar 2011 wordt de index bepaald op 1,2064 terwijl die voor heffingsjaar 2010 1,1701 bedroeg.
4. Indien de opgenomen hoeveelheden grondwater via debietmeting niet gekend zijn voor een volledig jaar, dan wordt een som gemaakt van de periode waar wel meterstanden van gekend zijn + een berekende hoeveelheid. Deze berekeningen worden gemaakt op basis van
- de vergunde hoeveelheid in geval van vergunde grondwaterwinning;
- pompcapaciteit bij niet-vergunde grondwaterwinning.
Om te voorkomen dat er misbruik gemaakt wordt van het systeem (vb. enkel meterstanden doorgeven van de periodes van laag verbruik), kunnen er boetes opgelegd worden.
5. De heffing wordt gevestigd uiterlijk op 31 december van het jaar volgend op het heffingsjaar. Net zoals dit reeds het geval is voor de afvalwaterheffing, kan in afwijking hiervan, een heffing of een aanvullende heffing worden gevestigd gedurende 5 jaar volgend op het heffingsjaar (te rekenen vanaf 1 januari) indien de heffingsplichtige geen geldige of correcte aangifte ingediend heeft (voordien was dit 3 jaar).
6. Net zoals bij de afvalwaterheffing, starten de termijnen voor het geven van opmerkingen tegen een bericht van rechtzetting en een bericht van ambtshalve aanslag vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van het bericht.
Aarzel niet om ons te contacteren indien u verdere toelichtingen wenst!
